Voor je schrijft of prompt: bepaal je lezer en je doel

Voor je schrijft of prompt: bepaal je lezer en je doel en geef kleur aan je tekst met de juiste kleurpotloden.

Voor je één zin schrijft, of een AI-tool een opdracht geeft, moet je twee dingen weten: wie leest er, en wat moet die daarna doen. Met de lezer-en-doelkaart leg je dat in tien minuten vast. Download ze gratis als PDF of Word. Een gebruiksklare hulp bij je doelgroep bepalen.

In het kort

  • Bepaal eerst wie je lezer is en wat die moet doen. Pas daarna schrijf je.
  • De kaart heeft vijf stappen: lezer, doel, wat de lezer zoekt, wat hem bezighoudt, en je kern in één zin.
  • Werk je met AI, dan vormen je antwoorden de basis van je prompt.

Wat je wint met tien minuten voorbereiding

Wie zonder lezer en doel begint, schrijft voor zichzelf. Dat merk je pas achteraf: de lezer stelt vragen die al in de tekst stonden, of doet niet wat je hoopte. Dan herschrijf je, of je stuurt een tweede mail.

Met de kaart maak je die keuzes vooraf. Je tekst wordt korter, omdat je weet wat je kunt weglaten. En als je met een collega of een AI-tool werkt, geef je een briefing die meteen bruikbaar is.

Zo vul je de kaart in

  1. Wie leest je tekst? Zo precies mogelijk. Niet “de klanten”, wel “de aankopers van onze vijf grootste klanten”. Noteer ook wat die lezer al weet en hoe hij tegenover je onderwerp staat.
  2. Wat moet de lezer doen? Een concrete en realistische actie, met een termijn als die er is. “Op de hoogte zijn” is geen doel. “Tegen vrijdag een ploeg kiezen voor de proefweek” wel.
  3. Wat zoekt je lezer in een tekst? Sommige lezers willen snel de kern (rood), anderen willen weten wat het oplevert (geel), de onderbouwing zien (blauw) of weten wat het betekent voor de mensen die het raakt (groen). Is je lezersgroep gemengd, geef dan elk van hen een eigen ingang.
  4. Waar ligt je lezer wakker van? Noteer de onderwerpen die je lezer echt bezighouden en rangschik ze. De belangrijkste vormen de ruggengraat van je tekst. De rest kan korter, of weg.
  5. Je kern in één zin. Wat moet de lezer onthouden, ook als hij alleen je eerste zin leest? Lukt het niet in één zin, dan weet je zelf nog niet precies wat je wilt zeggen.

Een voorbeeld

Voorbeeld (verzonnen): een productiebedrijf wil een nieuwe ploegenregeling testen.

LezerPloegleiders productie, site Gent. Kennen de huidige planning goed, staan wantrouwig tegenover veranderingen.
DoelTegen vrijdag 15 november laten weten welke ploeg de proefweek draait.
Wat de lezer zoektGemengd, met nadruk op groen: wat verandert er voor hun ploeg, en bij wie kunnen ze terecht?
Wat hen bezighoudt1. Blijven de uren gelijk? 2. Wat als de proef mislukt? 3. Wie beslist na de proef?
KernWe testen één week een nieuwe regeling met één ploeg, en jullie kiezen welke.

Met die kaart schrijf je een mail die met de vraag begint, de drie zorgen beantwoordt en eindigt met een naam en een telefoonnummer.

Van kaart naar prompt

Geef je de opdracht aan een AI-tool, dan neem je dezelfde antwoorden mee. Een tool weet niet wie je lezer is, tenzij je het vertelt. In het artikel Een goede prompt begint bij je lezer zet je de kaart met de promptbouwer om in een prompt die je zo kunt kopiëren.

Samen oefenen

De kaart is een vernieuwde versie van het formulier dat ik sinds 2016 in mijn trainingen gebruik. In de incompany schrijftraining vullen deelnemers ze in voor hun eigen teksten, en zien ze meteen wat dat verandert. Vragen over de kaart? Mail gerust naar info@schrijftrainer.be.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *